• Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size
  • default color

11 feb 2019 tot 25 mrt 2019

 

Maandag 11 februari Barbas N 22 03.276 W 16 44.842 (295 km)

Om vers drinkwater te krijgen moeten we eerst naar een kantoortje waar je 1000 liter water kan kopen voor slechts 1.50 Euro. Dit hoef je niet in één keer af te nemen maar kan per 200 liter. Daarna rijdt je naar de waterpomp waar een mannetje zit en de coupure afscheurt zoveel als je wilt, wij willen 400 liter. De 600 liter die we overhouden geven we weg aan een Nederlands gezin dat even na ons bij de waterpomp arriveert. Nadat alles weer helemaal tot de nok toe is gevuld, zoeken we een bank om geld te wisselen. Helaas kunnen we ook bij geen enkele bank euro's of zelfs Mauritiaans geld kopen, we zouden wel Mauritiaans geld aan de grens kunnen wisselen. Dus we pinnen maar wat extra zodat we aan de grens genoeg geld bij ons hebben.

Daarna rijden we de stad uit en gaat de weg verder naar het zuiden waar we in Barbas bij een hotel kunnen overnachten.

Het hotel heeft redelijk snelle wifi, zodat ik 's avonds in het donker nog de site kan bijwerken. Het verslag staat niet zo netjes op de site, alles staat een beetje door elkaar maar het moet maar voor een keer, de muggen zoemen al veel te lang om mijn oren en in het donker werken schiet ook niet op. Ik hou het daarom voor gezien en ga lekker binnen zitten, waar het wel erg warm is maar geen muggen zijn.

Dinsdag 12 februari Boulenoir N 21 16.540 W 16 31.723 (141 km)

Voordat we wegrijden tanken we nog diesel, het is hier in de westelijke Sahara beduidend goedkoper, we betalen voor een liter slechts 74 eurocent.

Vandaag steken we de grens over van Mauritanië, maar eerst moeten we nog een kleine honderd kilometer rijden, er is bijna geen verkeer op de weg. Maar als we bij de grens komen staat er een kilometers lange file van vrachtwagens op de weg. Gelukkig kunnen wij er gewoon langs rijden en hoeven we niet aan te sluiten. We proberen bij een grenswisselkantoor geld te wisselen maar ook dat lukt niet hier, dat kan pas aan de kant van Mauritanië. We worden naar een scan-sluis gedirigeerd, die langs de camper rijdt, dit gaat allemaal redelijk snel. Maar dan begint de ellende, voor ons staan heel veel vrachtauto's te wachten en wij moeten daar aansluiten. Ondertussen werken we de formulieren af, lopen diverse keren verkeerd of moeten weer terug voor weer een ander stempeltje. Ondertussen is de file nog geen centimeter opgeschoten. Als alles geregeld is gaan wij maar in de cabine zitten, zet ik thee en wachten we maar af. Dan eindelijk zit er een klein beetje beweging in de file en kunnen we, na nog een stempeltje en autonummer in het grote boek te hebben genoteerd, doorrijden. Dan komen we in niemandsland, waar weer hele rijen dubbel geparkeerde vrachtwagens staan te wachten om Marokko in te rijden. Wij kunnen er net langs, met een wiel door het zand en het ander net op de weg, waarschijnlijk is dit de oorzaak waarom we niet door konden rijden. Dan krijgen we een stuk woestenij, waar dus helemaal geen weg is maar alleen stenen en zand. We zien een paar keer een personenauto zich vast rijden en een busje voor ons moet een zandheuvel opgeduwd worden, want alleen komt hij niet naar boven. Ook vrachtwagens moeten hier door, wat zeker een uitdaging is, om hier zonder kleerscheuren door te komen.

We nemen een fixer, we spreken een bedrag van 5 euro af, hij regelt dan alles voor ons en zegt wat we moeten doen, wel zo handig in dit gekkenhuis. Bij de immigratie worden vrouwen en mannen gescheiden en mogen de vrouwen als eerste naar binnen, wat verder niet uitmaakt, want de vrouwen moeten later toch weer op de mannen wachten in dezelfde hitte. Hier horen we dat de grens 5 dagen gesloten is geweest, door een kleine onenigheid over sigaretten.

Ondertussen regelt de fixer de verzekering en nog wat er verder nog moet gebeuren, hij doet dit snel en perfect, wacht echt niet netjes op zijn beurt, maar geeft onze paspoorten aan iemand en dan krijgt hij voorrang, ze zullen wel een prijsafspraak hebben. Hier kunnen we dan eindelijk geld wisselen, we gaan naar een bank, maar blijkbaar doet men daar niet aan wisselen, want er wordt een mannetje van buiten geroepen en die wisselt, we krijgen geen goede koers, maar het is niet anders, we moeten toch geld hebben. Pinnen is in heel Mauritanië moeilijk, alleen in de hoofdstad is dat enigszins mogelijk. Dan, eindelijk na meer dan 5 uur, rijden we Mauritanië binnen, het was een vermoeiende en vooral erg warme grensovergang. We rijden nog een stukje en parkeren, net voor het donker, bij een “benzinepomp” voor de nacht.

P1080854P1080853

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 13 donderdag 14 februari Nouakchott N 18 13.189 W 16 02.156 (379 km)

Vandaag een echte rijdag, er staat een harde wind, die veel zand de weg op doet stuiven. Alles om ons heen is zand en nog eens zand, hier en daar komen we door een klein dorpje, waar we altijd staande worden gehouden door de politie, die dan een fiche wil hebben. We hebben er in totaal 30 laten kopiëren, maar of dat genoeg is is nog maar de vraag. Soms staat de politie ook gewoon midden in de woestijn waar werkelijk niets is, ook hier kunnen we na inleveren van een fiche, (vis, vis vragen ze dan) gewoon weer doorrijden. Alles is voor de veiligheid, er wordt aan de posten doorgegeven wie er die dag voorbij is gereden en waarheen, als je de post niet bent gepasseerd gaan ze je zoeken, wat wel een veilig gevoel geeft.

Laat in de middag rijden we een “camping” op die direct aan de Oceaan ligt, de voorzieningen zijn minimaal, maar de ligging prachtig.

De volgende dag rijden we naar de ambassade van Mali, waar we een visum gaan halen. Maar eerst moeten we nog pasfoto's laten maken, maar dat is eigenlijk zo gebeurd.

De ambassade is verhuisd, maar na enig zoeken vinden we hem snel. We worden naar een kamertje gebracht, waar een heel aardige ambassadrice, ons te woord staat en ons helpt met de aanvraag. Na nog geen uur staan we buiten met een visum voor 2 maanden met 2 x entree, een makkie dus.

Daarna doen we nog wat boodschappen, kunnen ergens bij een bank met onze Creditcard pinnen, zodat we morgen nog kunnen tanken voordat we de stad uitrijden. Daarna rijden we terug naar de camping waar we de rest van de dag aan het strand doorbrengen.

DSC2770

DSC2773

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijdag15 februari Aleg N 17 03.618 W 13 54.652 (285 km)

Nouakchott is een drukke stad, voordat we er eindelijk zijn uitgereden, waren we wel een uurtje verder. De hele dag hebben we veel controles, we zijn blij met onze fiches, als we bij elke stop onze gegevens hadden moeten invullen, waren we vandaag niet veel opgeschoten. Door al die controles zijn onze fiches bijna op en we besluiten om nog maar wat kopieën te laten maken. We lopen het dorp in, een aardige jongen helpt ons een kopieermachine te vinden. Er blijkt er een te staan bij een kapper, achter in zijn schuurtje heeft hij er één, onder het stof, staan. De jongen die net geknipt wordt moet maar even wachten, totdat wij klaar zijn. We laten nog 25 kopietjes maken en hopen hier nu genoeg aan te hebben, als we dan eindelijk klaar zijn, het duurt wel even voordat alles is opgestart, zit de jongen nog geduldig te wachten en geeft geen commentaar...

We overnachten aan het einde van het dorp, tussen de vrachtwagens, waar we ons helemaal veilig voelen.P1080869P1080873

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 16 en zondag17 februari Kiffa N 16 36.558 W 11 23.896 (343 km)

Ook vandaag weer een lange rijdag, het is warm, erg warm zelfs, gelukkig staat er niet zoveel wind en kunnen we de ramen gewoon open houden, zonder dat we gezandstraald worden. We zien veel armoede, de mensen wonen in hutjes, die zelfs die naam niet verdienen, vele staan gewoon op instorten. De weg is over het algemeen goed, alleen in de dorpjes, daar moet je door zand en vuiligheid rijden. Buiten de dorpen zien we veel kadavers van koeien liggen, dit zijn beesten die, zo vermoeden wij, 's nachts zijn doodgereden, of door de bevolking hiernaar toe zijn gebracht nadat ze zijn gestorven. De stank van deze beesten wil je niet in je dorp hebben. Hier worden de dieren niet gegeten als ze niet ritueel geslacht zijn.

In Kiffa staan we bij een Auberge en die heeft een wasmachine, we maken er meteen gebruik van. Als we het dorp inlopen is ook hier bijna niets te koop, vrouwen zitten buiten op de straat met wat tomaten of mandarijnen voor zich en hopen maar dat ze wat verkopen. Maar ja, zij zijn niet de enige, dat doen bijna alle vrouwen, zo zal er dus weinig te verkopen zijn.

P1080862P1080865

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Maandag 18 februari Gogui N 15 42.774 W 09 18.767 (331 km)

Weer een lange dag rijden, laat in de middag arriveren we aan de grens van Mali, die gaan we morgen maar over. We kunnen overnachten vlakbij de politiepost, waar het tegen de avond helemaal uitgestorven is.

P1080878

P1080880

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Dinsdag19 februari Diagounte-Camara N 14 32.571 W 09 30.615 (200 km)

Om negen uur staan we al bij de grensovergang, het gaat eigenlijk heel makkelijk, niemand zeurt om geld en de beambte zijn allemaal vriendelijk. Het enige wat je moet hebben is geduld, het duurt en het duurt en waarop we soms moeten wachten is ons geheel onduidelijk. Hier kunnen we ook een zogenaamde 'Card Brun' kopen, een verzekering voor de auto die in meerdere landen geldig is. Als we dan na ruim 3 uur denken dat we klaar zijn, worden we een terrein op gedirigeerd, even zijn we bang dat we onder escorte moeten rijden, maar dat blijkt niet zo te zijn, er moeten gewoon weer wat formuliertjes ingevuld worden, natuurlijk bij diverse kantoortjes. Dan eindelijk mogen we door, maar bij Nioro du Sahel staan we weer voor een slagboom en moeten we het dorp in naar het politiebureau om ons daar te registreren. Gelukkig vinden we het politiebureau snel en ook de papieren zijn snel in orde. Daarna moeten we nog tol betalen en kunnen we dan eindelijk doorrijden.

De weg tot Diema is uitstekend, daarna is het even gatenkaas, maar daarna wordt de weg weer wat beter. We overnachten bij een benzinepomp, waar de hele nacht bewaking is.

P1080884P1080882

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woensdag 20 februari Diamou N 14 06.257 W 10 57.451 (334 km)

In Kayes vinden we, na enig zoeken, een betaalautomaat die onze kaart accepteert. Daarna halen we nog een internetkaartje, wat door de medewerkers meteen wordt geinstaleerd. Ze zijn er zeker 3 kwartier mee bezig, zelfs de chef wordt erbij gehaald, maar uiteindelijk lukt het dan toch en hebben 5 gigabyte te gebruiken in 2 maanden.

We zoeken nog een slijterij, maar die kunnen we niet vinden, jammer het is niet anders, hierna rijden we snel de drukke en vieze stad uit. We rijden door totdat het bijna donker is en parkeren voor de nacht gewoon ergens in het bos, een stukje van de weg af.

Donderdag 21 februari t/m zondag 11 maart Cool Camp Mali N 13 11.729 W10 26.597 (170 km)

Voordat we bij Casper komen, moeten we eerst nog de Bafingrivier oversteken, er is een pontje dat de hele dag heen en weer vaart. Soms is de motor defect en wordt er met behulp van stokken naar de overkant geboomd. Maar vandaag heeft de motor geen kuren en komen we al snel naar de overkant. Er wordt druk gewassen. we zien zelfs een jongetje zijn grote behoefde doen, in de rivier. Eenmaal aan de overkant rijden we een grindpad op, we rijden iets te ver door en komen zodoende op een vervelend zandpad uit, wat eigenlijk alleen voor tweewielers is. We worstelen ons er 9 km doorheen en dan ligt er prachtig asfalt voor ons, helemaal tot aan Casper.

Eerst eens iets over Casper, we hebben hem, voordat we vertrokken op onze wereldreis in 2008 ontmoet, hij had toentertijd ook een omgebouwde vrachtwagen. In 2012 heeft hij in Mali een lap grond aan de rivier Bafing gekocht en is er een camping begonnen. Af en toe hadden we mail contact met hem en dan was het altijd van “eens komen jullie bij mij op de camping langs” en nu zijn we er dus.

Het is gezellig bij hem op de camping, Casper doet er alles aan om het naar je zin te maken. We krijgen een mooi plaatsje met uitzicht over de rivier, die kraakhelder is, dus daar nemen we elke dag een duik in het heerlijk koele water.

Ook heeft Casper een lammetje van de dood gered, het arme beestje zat met zijn pootje vast in de overgang van de brug. Hij heeft dan ook de toepasselijke naam Le Pont gekregen, wij noemen hem algauw Pontje. Pontje is nog zo klein dat het met flesjes babymelk gevoed moet worden. Al snel nemen wij die taak op ons en voor dat we het weten loopt hij de hele dag achter ons aan. Als Paul een duik in het water neemt wil hij erachter aan, maar kan nog net op tijd stoppen, anders had hij in het water gelegen. Als hij honger heeft begint hij tegen je benen met zijn bek te duwen, zo van waar is de melk, zelfs wil hij vaak op schoot springen. Na een kleine week gaat hij 's avonds de stal in waar nog een paar schapen en een bok staan en dat gaat goed. Ook overdag gaat hij wat regelmatiger naar de wei, wij halen hem dan om een uur of 3 op krijgt een flesje en geven hem vast voedsel te eten, wat nog moeilijk gaat omdat hij nog geen tanden heeft. Omdat Pontje regelmatig op onze matten heeft gepiest, moeten die, voordat we vertrekken, in de rivier gewassen worden. Pontje weet niet beter of hij kan op die matten gewoon lopen, dus springt hij zo op een mat als die in de rivier ligt en verdwijnt in het water, gelukkig kunnen we hem te pakken krijgen en hem op het droge zetten. Als we 's middag gaan zwemmen wil hij niet meer mee en blijft gewoon bij de camper liggen, het is hem veel te gevaarlijk daar bij de rivier.

We blijven 18 dagen bij Casper, we doen de was maken wat schoon en doen onderhoud, zelfs de 2Bsure wordt weer geinstaleerd zodat we weer een goed filter in de tank hebben hangen. We gaan veel naar de markt, de laatste dagen ga ik zelfs alleen op de fiets, wat wel een attractie is voor de inwoners want dat zien ze niet vaak een vrouw op de fiets.

Het dorp Manantaly stelt niet veel voor, er is wel elke dag markt, waar je de groente van het seizoen kunt kopen, verder is er wat ijzerwaren te koop en kun je diesel kopen vanuit jerrycans, een echt tankstation is niet aanwezig.

Er zijn wat scholen, maar er wordt al weken gestaakt, waardoor de kinderen zich verschrikkelijk vervelen. Als dan eindelijk de schooldeuren open gaan haalt iedereen opgelucht adem, maar helaas het is maar voor even want na een dag wordt er weer gestaakt en men heeft geen idee hoelang het deze keer gaat duren. Nu is het wel zo dat er meer dan honderd kinderen in een klas zitten, of staan langs de muren, dus van echt les geven is natuurlijk geen sprake. Daarom heeft men de klassen gehalveerd de ene helft krijgt 's morgens les en de andere helft 's middags, maar of dat voldoende is nog maar de vraag. Ook al hebben de kinderen dit jaar bijna niets geleerd, ze gaan gewoon over naar de volgende klas, omdat er weer nieuwe kinderen komen moet daar plaats voor worden gemaakt. Jammer zo gaat het nooit goed komen met Mali, met zulke slechte scholing.

Casper repareert waterpompen in de kleine dorpjes, elke zaterdag maakt hij tijd vrij en gaat op pad om stukkende pompen weer te repareren, hij doet dit geheel vrijwillig en betaald, zover mogelijk, veel uit eigen zak. Wij mogen de laatste zaterdag dat we er zijn mee op pad, we komen op plaatsen waar een blanke niet zo gauw komt. We zien veel armoede, de mensen wonen allemaal in ronde huisjes, families wonen allemaal bij elkaar. Het is een kring met huisjes, in het midden is dan de binnenplaats. Als er iemand gaat trouwen wordt er gewoon een huisje bijgebouwd, vaak zijn er maar een paar mensen in de familie die een “inkomen” hebben en zij onderhouden dan de hele familie. Als er een vader van een gezin sterft dan wordt er door de familie voor ze gezorgd. Maar stel daar niet te veel van voor, deze mensen leven in een grote armoede en zijn blij als ze een maaltijd per dag krijgen.

DSC2774DSC2780

 

 

 

 

 

 

 

 

P1080897DSC2778


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DSC2798

 DSC2804

 

 

 

 

 

 

 

 

 

DSC2819DSC2845

 

 

 

 

 

 

 

 

DSC2888DSC2925

 

 

 

 

 

 

 

 

DSC2982DSC2984

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 12 Soribougou N 12 55.638 W 08 37.854 (247 km)

Het wordt tijd om te vertrekken, het was dan wel net vakantie in Manantaly, maar we moeten toch ook weer verder. We nemen afscheid van Casper, zijn personeel en natuurlijk van Pontje, we rijden na enkele kilometers de gravelweg op, waar we al voor gewaarschuwd waren. Het is 100 km één grote ellende, de weg zit vol gaten en kuilen, we kunnen niet veel harder rijden dan 25 km. Als we ergens onderweg stoppen, omdat de matten van de auto dreigen af te vallen, blijkt het binnen in de camper een grote ravage, zelfs de kastdeurtjes liggen over de grond en zijn uit hun sponningen gevlogen. We laten alles maar liggen, het nu terug hangen heeft geen zin, eerst maar eens uit deze hel zien te komen. Na een paar uur hobbelen krijgen we dan weer asfalt onder de wielen, wat toch wel een hele verademing is.

Dinsdag 13 en woensdag 14 maart Bamako N 12 37.529 W 07 59.284 (91 km)

We verblijven twee dagen op de bekende camping van overlanders, Sleeping Camel, We doen wat boodschappen, want hier is eigenlijk alles te koop, zelfs varkensvlees en alcohol.

Verder is het een drukke en vieze stad, wij zijn hier niet zo dol op en verlaten de stad gauw na twee dagen.

Donderdag 14 t/m maandag 18 maart rijdend naar Serrekunda Gambia N 13 25.164 W 16 42.943 1343 km

Als we Bamako uitrijden worden we door een politieagent op een motor tot stoppen gemaand. Het blijkt dat we hier niet met een vrachtauto mogen rijden, want de president woont hier. Aangezien dit nergens met borden wordt aangegeven hoe moeten wij dan weten dat het verboden is om hier te rijden. De politieagent geeft ons gelijk, helemaal als we zeggen dat we toeristen zijn. Hij pleegt een telefoontje met zijn meerdere en na zijn goedkeuring mogen we doorrijden. Wel moeten we beloven dat we deze weg nooit meer zullen nemen, uiteraard beloven we dat.

Vijf dagen rijden we, door een verschrikkelijke hitte, de temperatuur in de camper loopt zelfs op tot 43 graden en dat laat op de middag. Het is gewoon te warm om vroeg te stoppen, we rijden dan ook maar zo lang mogelijk door. We gaan de grens van Mali Senegal over, waar het allemaal heel gemakkelijk en gemoedelijk gaat. In het plaatsje Kolda zoeken we een hotel op waar een zwembad is en waar je met de camper kan staan. We nemen 's middags heerlijk een duik in het koele water en komen weer helemaal bij. Later zien we apen door de bomen zwaaien, ze maken hele capriolen precies boven onze camper, gelukkig valt er geen één naar beneden, anders waren ze zo, via het dakluik, de camper in gerold. De volgende dag gaan we de grens over naar Gambia, ook deze grens is een makkie, binnen een uur is alles uit en in gestempeld.

Eigenlijk willen we bij de grens overnachten, maar dat wordt niet toegestaan, dus rijden we maar door naar Camping Sukuta, waar we twee nachten blijven staan.

De temperatuur is behoorlijk gedaald naar zo'n 30 graden wat zeer aangenaam is.

De volgende dag lopen we naar een internetprovider en kopen een kaartje voor internet, we mailen meteen Trijnie en Johan, vrienden van ons die hier in de buurt wonen. We krijgen meteen antwoord en even later staan ze voor de deur. We worden meteen uitgenodigd om bij hun op de binnenplaats te komen staan. Wat we de volgende dag ook doen.

Trijnie en Johan wonen hier al 4,5 jaar en ze vinden het heerlijk. Johan werkt op het vliegveld en Trijnie geniet van alles om haar heen. Het plan was om hier 1,5 jaar te blijven, maar dat is dus wat langer geworden. Ze huren een mooi huis, hebben personeel, Anna de hulp leert voor naaister op kosten van Trijnie en Johan, ze hebben zelfs een naaimachine voor haar gekocht. Zelfs de dochter van Anna gaat op hun kosten naar school.

Trijnie en Johan doen erg hun best om het ons naar de zin te maken, we mogen bij hun in huis slapen, maar dat slaan we af, we slapen liever in ons eigen vertrouwde bedje. Wel maken we gebruik van toilet en douche en de wasmachine. Elke dag neemt Trijnie, Johan moet werken, ons mee op stap. We doen boodschappen bij verschillende supermarkten en marktjes, we maken een mooi strandwandeling en gaan naar Brikama om daar houtsnijwerk te bewonderen en natuurlijk wat te kopen. Zaterdag gaan we naar de vismarkt, waar de vissersboten op het strand aankomen en dan gelost worden door de plaatselijke bevolking, die met grote manden op hun hoofd door het water waden om de vis aan land te brengen. Ook gaan we naar de gieren kijken die in de tuin van een hotel gevoederd worden, het is een prachtig gezicht hoe die gieren met hun grote vleugels landen en ruzie met elkaar maken om een klein stukje vlees. De gieren zijn in Gambia een beschermde diersoort.

Serrekunda heeft een strip waar alle toeristen bij elkaar klitten, we zien heel veel Nederlanders en Nederlandse restaurants, je kan hier zelfs boerenkool, zuurkool of pannenkoeken eten.

DSC3014DSC3052     
DSC3057
DSC3112
P1080930P1080954