• Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size
  • default color

20 mei tot 10 juni 2012

20 mei Beverly Beach N 44 43.667 W 124 03.055 (214 km)

In het plaatsje Florence is het een drukte van belang, overal zitten er mensen langs de kant van de weg. Hier valt vandaag wat te beleven, als we navraag doen blijkt het de jaarlijkse rododendronparade te zijn. We parkeren de Tierelier en wandelen langs de route, die naar het centrum van het stadje gaat. In het centrum staan honderden motoren geparkeerd en er hangt een heel gezellige sfeer. Voor de parade uit rijden de “belangrijke” mensen in dure sportwagens, waaronder de burgemeester die ons allemaal welkom heet, zijn vrouw zit achter het stuur met een grote cowboyhoed op. Al deze lui zwaaien ons toe op een manier of ze de koning of koningin zijn. De parade is lang en zeker gevarieerd, hoewel er weinig rododendrons zijn te bekennen, er zijn 2 praalwagens met wat bloemen, maar dat is dan ook alles. Verder heel veel muziekkorpsen uit de omgeving, met name de scholen zijn erg vertegenwoordigd. Ach het is weer eens leuk om zoiets mee te maken en al helemaal als je niets vermoedend een stadje in komt rijden.

 DSC06757 [800x600]DSC06749 [800x600]

DSC06814 [800x600]DSC06766 [800x600]

DSC06848 [800x600]DSC06840 [800x600]













21 mei US 12 N 46 32.801 W 122 52.175 (300 km)

Het weer is veranderd van aangenaam warm naar koud, kil en regenachtig en dat terwijl het in Nederland bijna 30 graden is. Dit hebben we al in weken niet gehad, de lange broeken moeten weer aan en dichte schoenen is ook geen luxe met deze kou, zelfs de verwarming in de cabine gaat aan.

22 mei Tilbury Island N 49 08.698 W 122 59.766 (388 km)

Eindelijk staan we dan voor de grens van Amerika/Canada, we rijden door tot de douane en vragen waar we ons carnet kunnen afstempelen. We krijgen een formuliertje en moeten ons begeven naar een gebouw even verderop. Paul stapt uit en ik blijf comfortabel in de auto zitten, maar dat is ten strengste verboden, ik moet de auto uit en mee het gebouw in. Na lang wachten, er staat verder niemand in de rij, wij zijn de enige, worden we dan eindelijk geholpen. Toch kunnen ze weinig voor ons doen, we moeten eerst naar de Amerikaanse douane om daar het carnet te laten afstempelen, voor we een stempel kunnen krijgen van de Canadese douane. Nou dat weten we ondertussen wel hoe dat gaat met het carnet, maar we hebben helemaal geen Amerikaanse douanepost gezien. We dachten dat alles in ėėn gebouw gehuisvest is, maar dat blijkt niet zo te zijn, we moeten terug de grens weer over naar Amerika en daar ons carnet laten afstempelen, om vervolgens weer terug te komen naar Canada waar ze ons verder kunnen helpen. Maar voor we gaan willen ze onze Tierelier controleren zodat we straks sneller klaar zijn. We moeten de sleutels inleveren en wachten, we mogen niet mee want dat is veel te gevaarlijk??? Natuurlijk protesteren we, wat is dit voor een onzin er is geen veiligere plek als onze Tierelier, het is ons huis, daar laten we niet zomaar mensen in als we er zelf niet bijzijn. Maar al onze protesten hebben geen zin, het is dit of we komen gewoon het land niet in. Gelaten geven we de sleutels en kijken van een afstand wat er gebeurd rondom de Tierelier, alle kasten buiten worden geopend en gecontroleerd, de cabine moet open, maar dat krijgen ze niet voor elkaar. Paul wil ernaar toelopen, maar wordt door de beveiliging tegengehouden, pas als de douaneambtenaar het opgeeft en naar ons toeloopt mag Paul erheen om uitleg te geven. Even later willen ze het woongedeelte in maar ook die krijgen ze niet open, nu mag Paul wel in ėėn daarnaar toe lopen om de deur open te doen, maar hij moet meteen terug en mag niet blijven dralen. Al met al zijn ze langer bezig met controleren, als in Australië de Aqis of we alles goed schoongemaakt hadden. Zelfs bij binnenkomst van Amerika hebben ze ons woongedeelte nooit van binnen gecontroleerd en hier hebben we het gevoel of we heel veel drugs, wapens en andere verboden rotzooi meesmokkelen. Natuurlijk wordt er niets gevonden en we worden gesommeerd om naar Amerika terug te rijden en daar ons carnet te laten afstempelen. Helaas is het heel druk bij de grens en we besluiten dat Paul vast probeert om het carnet afgestempeld te krijgen en ik rijd ondertussen de Tierelier de grens over, zodat alles wat sneller verloopt. Een klein foutje hierbij is dat hij per ongeluk mijn paspoort meeneemt, zodat ik bij de grens sta zonder paspoort. De douanebeambte is niet erg vriendelijk tegen me, maar ik krijg een briefje mee, dat ik mijn man en paspoort kwijt ben en moet me melden in het gebouw waar Paul ook is. Gelukkig staat Paul voor in de rij en is het weer wachten geblazen, er gebeurd weer niet veel, ook als we zeggen dat we alleen ons carnet willen laten afstempelen, wordt ons verteld dat we gewoon moeten wachten. Eindelijk worden we dan geholpen en zijn binnen een paar minuten klaar, de ambtenaar moet met ons mee, zodat we weer op de goede weg naar Canada komen en niet weer Amerika inrijden. Als wij van het terrein afrijden ziet de beambte een collega en begint een gezellig gesprek, arme mensen die binnen in de rij staan te wachten, zij moeten nog even geduld hebben tot de beambte weer zin heeft om wat te gaan doen. Bij de grens van Canada moeten we ons carnet laten zien en krijgen weer een formulier om ons te melden in het ons zo bekende gebouw. Nu hoeven we niet lang te wachten en wordt het carnet afgestempeld, we moeten wel vertellen hoe dat moet want de goede man had dit duidelijk nog nooit gedaan. Bijna 3 uur hebben we over deze grensovergang gedaan een record, zelfs in Iran en Pakistan ging alles veel soepeler en sneller.

Nu is het zaak om eerst Canadese dolars te pinnen en dan een plaats te zoeken voor de nacht. Vancouver is niet heel ver weg, maar om in de spits daar rond te rijden hebben we geen zin in. We parkeren ergens op een industrieterrein waar het heerlijk rustig is.

23 en 24 mei Vancouver N 49 19.466 W 123 07.887 (42 km)

Het blijft koud en regenachtig, de temperatuur komt niet hoger dan 13 graden, wel weer even wennen voor ons.

Vancouver is een mooie stad, de camping waar we staan ligt dicht bij het centrum, we moeten alleen even de Lionbridge over te steken en het Stanleypark door lopen en we staan midden in het centrum. We verblijven 2 dagen in deze stad en dan is het weer mooi geweest en trekken weer verder.

P1120437 [800x600]P1120438 [800x600]

 













Skyline Vancouver                                                                                                                       heel normaal zulke hoge huisnummers

25 mei Willis Point N 48 34.290 W 123 28.860 (121 km)

We hebben een reservering geboekt voor de boot naar Vancouver Island, om 2 uur is de afvaart en het duurt ongeveer 90 minuten om naar de overkant te komen. We zijn een beetje vroeg en kunnen al met de boot van 13.00 uur mee.

Ondertussen hebben we al heel wat boottochtjes gehad en zijn wel gewend om een boot op en af te rijden, toch blijft het speciaal om de buik van een schip in te rijden. Deze boottocht is echt mooi, we varen langs eilanden en diverse baaien, twaalf jaar geleden hebben we deze boottocht ook al eens gedaan, toen zagen we zeehonden langs de boot zwemmen, maar vandaag laten zij zich jammer genoeg niet zien.

Eenmaal weer aan wal, rijden we een beetje de bergen in en slaan ons kamp op vlak voor een brandweerkazerne. We worden al snel aangesproken door Bil, de vroegere brandweercommandant, morgen is er open huis en we mogen dit beslist niet missen.

 DSC06875 [800x600]DSC06869 [800x600]












Vancouver Island

26 mei Cowichen Bay N 48 44.620 W 123 37.809 (121 km)

Om tien uur barst het feest los, er wordt een ontbijt geserveerd wat wij overslaan, we hebben net gegeten en hebben echt geen honger meer. Bil wacht ons al op en leidt ons rond in “zijn” kazerne, dit korps is in het bezit van 2 brandweerwagens, tanker 1 en 2, verder is er nog een reddingswagen en een quad. Als je bedenkt dat het dorp slechts 150 inwoners telt, is dit best wel veel, maar er is natuurlijk wel heel veel bos rondom dit dorp en dat kan natuurlijk ook in de fik vliegen. Een van de brandweermannen verkleed zich en zet zelfs een zuurstofmasker op, wat hij niet echt prettig vind, hij is blij als hij dat ding weer mag afzetten. Om 12 uur wordt de vlag gehesen ter ere van de 37e verjaardag van Willis Point Fire Department. Ondertussen worden alle auto's aangehouden en wordt er gevraagd om een donatie voor de ziekte MS, niemand haalt het in zijn hoofd om niets te geven, immers iedereen kent elkaar in deze kleine gemeente. Nadat de vlag is gehesen verlaten wij het feestgedruis en rijden richting Victoria, waar we boodschappen doen en genieten van dit rustige eiland.

DSC06887 [800x600]DSC06861 [800x600]













Onze overnachtingsplek is geweldig, op nog geen 100 meter van ons vandaan zwemmen de zeehonden in het water.

DSC06885 [800x600]DSC06883 [800x600]

 












27 mei Port Renfrew N 48 33.749 W 124 23.981 (145 km)

We rijden langs mooie meren, die helaas helemaal volgebouwd zijn, zodat wij er niet bij kunnen of we moeten op een dure camping gaan staan. Het hoogseizoen is hier begonnen en men betaald dan meteen de hoofdprijs, ook al is het er bijna uitgestorven.

We besluiten naar de westkust van het eiland te rijden en hopen daar walvissen in de zee te zien zwemmen. De weg erheen is dwars door de bergen, helaas zijn hele hellingen ontdaan van hun bomen en ziet het er een beetje zielig uit. Gelukkig heeft men wel weer nieuwe boompjes geplant, maar het duurt nog wel een paar jaar voordat het weer behoorlijke bomen zijn geworden.

Helaas komen we niet aan de zee en slaan ons kamp op aan een rivier waar het ook mooi is.

DSC06909 [800x600]DSC06908 [800x600]










 



bijna geen boom meer over

28 mei Porteau Cove N 49 33.429 W 123 14.156 (231 km)

Er is een bootverbinding tussen Port Hardy en Prince Rupert, wat ons wel goed uit zou komen omdat dit al een eind de goede kant op is naar Alaska, via Internet zoeken we uit wat dit gaat kosten. We schrikken van de prijs, $ 1.300,-- dat is wel heel erg veel geld. We rekenen uit wat het verschil is als we zelf rijden en de boot weer terug nemen naar Vancouver, het scheelt $ 500,-- als we zelf gaan rijden. De keuze is dan ook snel gemaakt, we gaan terug naar Vancouver en rijden zelf naar het noorden.

We rijden een mooie route langs de westkust, tot er opeens een politieman vanachter een auto uit komt springen en schreeuwt dat ik aan de kant moet. Ik ben me van geen kwaad bewust, maar doe wat de agent mij opdraagt en ga keurig aan de kant van de weg staan. De politieagent komt met zwaailichten achter mij aan en parkeert achter ons, het blijkt dat we in een schoolzone rijden en daar maar 30 km mogen, ik reed er wel 40!! Verbaasd kijk ik de man aan en zeg dat het vandaag toch 2e pinsterdag is en geen schooldag, tenminste zo is het in Europa. Nou dat zal wel in Europa zo zijn, maar hier niet, luister maar je hoort de kinderen buiten spelen, krijg ik als antwoord. Je hoort ze inderdaad maar ziet ze niet, maar goed ik moet mijn rijbewijs en verzekeringspapieren laten zien en hij loopt ermee naar zijn auto om alles te controleren. Ondertussen stapt Paul even uit om de boiler uit te zetten, deze trekt anders de accu's leeg. Meteen wordt hij tot de orde geroepen, je mag je auto niet verlaten als je bent aangehouden door de politie, je moet ten alle tijden in je auto blijven zitten. Gelukkig loopt alles met een sisser af, ik krijg geen bon, alleen een waarschuwing dat ik niet meer zo hard mag rijden en daarna mag ik doorrijden.

Het weer is regenachtig en koud, we hebben eigenlijk geen zin om langer op het eiland te blijven en nemen de boot terug. Alleen nu gaan we vanaf Nanaimo naar Horseshoe Bay, maar deze route is veel minder mooi dan die van vrijdag, het voordeel is dat we ten noorden van Vancouver uitkomen en de stad niet meer door hoeven te rijden.

DSC06933 [800x600]DSC06928 [800x600]













29 mei Joffre Lake N 50 22.182 W 122 29.953 (144 km)

We rijden dwars door de bergen, langs de bekende wintersportplaats Wistler, waar de sneeuw nog op de bergen ligt, maar het seizen duidelijk is afgelopen. Het is een door de toeristen verlaten dorp en komt triest over met deze regen en kou. Verder gaat het over een schitterde weg, met veel mooie uitzichten en heel veel water in de vorm van brede rivieren, stroompjes en mooie meren. Bij één van de meren stoppen we en maken een wandeling rondom het meer. Het water is erg koud, het wordt immers gevoed met water wat recht uit de besneeuwde bergen komt, maar toch wordt er door kleine kinderen in gespeeld, hier zijn ze duidelijk wel wel kou gewend.

Op 1200 meter stoppen we voor de nacht, we maken een kleine wandeling dwars door door de sneeuw naar het Joffre lake, waar de ijsschotsen nog indrijven.

P1120448 [800x600]P1120446 [800x600]














30 mei Clinton N 51 05.679 W 121 34.877 (183 km)

Als we wakker worden is het heel koud in de camper en doen eerst de kachel aan en blijven een poosje in bed voor het een beetje is opgewarmd binnen. Buiten heeft het duidelijk gevroren vannacht, het ijs staat op het dakraam. Het is dus nog te vroeg om al zo hoog in de bergen te gaan overnachten, gewoon te koud!!

De rijden we door een mooi landschap richting Clinton, wat ontstaan is door de goudkoorts. Toen Billy Baker in 1862 een grote goudklomp in deze streek vond, was het hek van de dam, men kwam van alle windstreken naar deze plaats, om ook net als Billy snel rijk te worden. Nu is Clinton een klein dorp, waar heel veel huizen te koop staan en er weinig te beleven is.

DSC06948 [800x600]DSC06945 [800x600]












31mei Strathnaver N 53 21.652 W 122 33.505 (335 km)

We rijden de Highway 97 verder af, dit is de oude route (the goldrush trail) die de goudzoekers na 1862 namen richting hun rijkdom. Er zijn veel plaatsjes ontstaan met mooie namen als 50 Mile House, of 100 Mile House, dit waren rustplaatsen voor de reizigers, hier bleven ze een paar dagen en trokken dan weer verder richting het goud.

00









1 juni Sheraton N 54 10.785 W 125 27.298 (280 km) en 2 juni Moricetown N 55 00.861 W 127 19.811 (202 km)

Twee dagen van rijden, met slecht regenachtig weer, niet echt iets waar we op zitten te wachten.

Als we langs een wilde rivier rijden en het water zich door een kloof moet wringen, besluiten we daar te blijven staan. Het rivierwater stroomt met hoge snelheid door de kloof, dit komt omdat het waterpeil de laatste dagen behoorlijk is gestegen, met al die regen, daar komt nog het smeltwater van de sneeuw uit de bergen bij en je hebt een kolkende rivier, een prachtig gezicht.

DSC06959 [800x600]DSC06964 [800x600]













DSC07015 [800x600]DSC06969 [800x600]













3 en 4 juni Kispiox N 55 26.329 W 127 43.358 (76 km)

Als we staan te tanken worden we aangesproken door een man, hij verteld ons dat er 20 km verderop een rodeo wordt gehouden. Natuurlijk willen we dat meemaken, het weer is schitterend en een dagje rust met het vermaak van een rodeo trekt ons wel. Het is even zoeken waar het precies wordt gehouden, er is maar heel weinig bewegwijzering, het terrein ligt ook diep in de bossen ergens langs een gravelweg. Maar als we in de buurt komen wordt het drukker en is het terrein afgeladen met auto's, caravans en campers. De rodeo is geweldig, het is de eerste die we meemaken, dus veel vergelijk hebben we niet, maar wij vermaken ons kostlijk met de ons voorgeschotelde show.

DSC07099 [800x600]DSC07068 [800x600]













Als het afgelopen is, verplaatsen we de camper naar het rodeoterrein en blijven daar staan voor de nacht.

DSC07185 [800x600]DSC07122 [800x600]













Omdat de zon de volgende dag weer zo lekker schijnt besluiten we nog maar een dagje te blijven, op deze inmiddels verlaten plek. We hebben alleen nog gezelschap van een paar koeien en paarden, die hier achtergelaten zijn.

DSC07229 [800x600]DSC07200 [800x600]













De paarden hebben hier verloren                                                                       De rug van deze koe is helemaal open van het schuren

5 juni Hyder N 56 06.360 W 129 40.126 (304 km)

We kunnen 2 routes nemen, de eerste route is 97 km slechte gravelroad, met grote kans op het tegenkomen van beren, lijkt ons erg gaaf en zeker avontuurlijk. De tweede is gewoon terug naar de highway 97, onze weg gewoon vervolgen, maar deze route is 150 km langer. Twee dagen lopen we te denken wat we zullen doen, maar als het vandaag regent en het erg koud is, is de keuze snel gemaakt, we nemen gewoon route 2 en komen zo zeker niet vast te zitten in eventuele modder.

We doen in New Hazelton in een kleine supermarkt boodschappen voor 6 dagen, wat niet overdreven is, we rijden nu naar een gebied waar winkels steeds schaarser worden.

Het blijft de hele dag regenen en het is bitter koud door de harde gure wind die er staat. Op de highway 37 zien we onze eerste beer, hij schrikt en loopt een beetje van ons af, maar blijft dan toch staan en gaat verder met eten, we kunnen hem een paar minuten bewonderen maar dan houdt hij het voor gezien en gaat de bossen weer in. Even later zien we nog een beer, maar deze maakt dat hij wegkomt en gaat niet zo mooi poseren.

Hyder ligt aan een 50 km doodlopende weg in Alaska, je komt er via een prachtige weg langs gletsjers en bergen met besneeuwde toppen. In Stewart ga je de grens over en kom je meteen op een gravel weg te rijden. Het dorp stelt niets voor, misschien 100 inwoners, meer ook niet, maar toch heeft het dorp iets bijzonders, waar jaarlijks duizenden toeristen op afkomen. Er is een platform bij de rivier, hier komen de beren in de maanden augustus, september op zalm vissen. In deze tijd komt de zalm terug naar zijn geboorteplaats, legt eitjes en gaat daarna dood, tenminste als hij het haalt met al die vissende beren in de rivier. Wat is er mooier dan een vissende beer te zien in een rivier, hier heb je dus alle kans dat je dat gaat meemaken, als je op de goede tijd aanwezig bent. Wij zijn dat niet, we zien geen zalm en ook geen beren.

DSC07261 [800x600]DSC07251 [800x600]













kwam zomaar uit het bos                                                                                  Hier hebben we overnacht, wat niet echt warm was

6 juni Wolf Glacier N 56 06.360 W 129 40.126 (53 km)

We rijden terug naar Canada en overnachten vlak voor de Wolf gletsjer, die, als je er naar kijkt, al kou afstraalt.

DSC07284 [800x600]DSC07280 [800x600]













het platform waar vanaf je de beren kan zien vissen in augustus                  wandelpad over een drassig gebied

7 juni Dease Lake N 58 13.160 W 129 50.508 (331 km)

Vandaag zien we een moeder beer met 2 kleintjes, een leuk gezicht om het kleine grut te zien dartelen in het gras. Helaas is het van korte duur, ik trek de handrem aan en dat gaat altijd gepaard met een hard gesis, de beren schrikken hiervan en vluchten snel het bos in. We wachten nog een tijdje, maar ze komen niet meer te voorschijn, jammer!

DSC07307 [800x600]DSC07293 [800x600]













8 juni 37 Junction N 60 01 687 W 129 04.761 (263 km)

Het begint niet goed vandaag, als Paul de auto start blijft de luchtdrukketel leeglopen, hierdoor krijgen we niet genoeg druk en kunnen we niet gaan rijden, de remmen werken dan niet. Het vervelende is dat we de auto niet meer uit krijgen, hij blijft maar stationeer lopen, terwijl Paul onder de auto kruipt om te ontdekken wat er aan de hand is. Hij komt er niet uit, we moeten hulp zien te vinden, maar eerst moet de motor uit, anders zitten we straks nog zonder diesel. We proberen van alles maar krijgen hem niet uit, teneinde raad besluiten we de cabine te kantelen in de hoop dat er ergens een knop is waar we de motor uit kunnen zetten. Terwijl we aan het kantelen zijn slaat de motor spontaan uit, zo dit probleem is opgelost, even later houd ook het gesis van de leeglopende tank op. We starten opnieuw en groot is onze verbazing dat de tanks weer op druk komen en dat we kunnen gaan rijden. Nu is het zaak de meters goed in de gaten te houden en in Whitehorse, wat ruim 700 km noordelijker ligt, naar een garage te gaan.

Onderweg in de middle of nowhere, staan er in een afgebrand bos, opeens allemaal tentjes en caravans en overal lopen mensen. Verbaasd stoppen we om te vragen wat de mensen hier aan het doen zijn, het blijkt dat ze paddestoelen zoeken, als we later een beetje opletten zien we inderdaad mensen met emmers in het bos lopen, op zoek naar paddestoelen. Er zijn speciale verzamelpunten waar de paddestoelen heengebracht worden, wat er daarna met deze lekkernij gebeurd weten we niet, waarschijnlijk verkocht.

Als we de highway 37 verlaten en de 1 opdraaien, staan er veel campers, vrachtwagens en auto's langs de kant van de weg. Even verder is de weg geblokkeerd, niemand mag er door, er is 150 km verderop een landslide geweest en de hele weg is over 100 meter weggeslagen. Nu zul je je afvragen waarom sluiten ze die weg 150 km voor de landsliding af, om de doodeenvoudige reden, omdat daar niets te verkrijgen is en hier wel. Het is niet veel, maar de mensen komen niet om van honger, dorst of kou. Er is hier een camping, restaurant en een klein winkeltje. Hoelang het gaat duren weet niemand, misschien kunnen we morgen weer verder, maar niets is zeker, het is gewoon afwachten, tot de weg weer open gaat.

We gaan eens kijken hoe duur de camping is en schrikken van de prijs, de campingbaas ruikt duidelijk geld en vraagt voor een stukje asfalt maar liefst $ 38,-- en daar bovenop nog $ 8,-- voor internet. Nou dat gaan we niet betalen en parkeren de Tierelier langs de kant van de weg, waar al diverse campers, vrachtwagens en zelfs personenauto's geparkeerd staan voor de nacht.

DSC07312 [800x600]DSC07304 [800x600]













opstopping                                                                                                                                       een helemaal verlaten Highway

9 juni tot ???? Watson Lake N 60 03.848 W 128 42.890 (23 km)

Als we navraag gaan doen, of men al een idee heeft hoe lang deze pret gaat duren horen we dat het zeker wel maandag gaat worden, er moet een baileybrug komen, ach het is niet anders, we zullen geduld moeten hebben. Even later komt de politie langs en we worden geadviseerd om 20 km naar het oosten te rijden, daar ligt het dorpje Watson Lake. Door de hevige regenval van de laatste weken, is de rivier buiten zijn oevers getreden en is de kans groot dat de weg, tussen 37 Junction en Watson Lake onderwater komt te staan. Deze weg wordt afgesloten en wij komen dan geïsoleerd op een soort eiland te staan, we kunnen blijven staan, maar dat is dan geheel voor eigen risico. Natuurlijk besluiten we om te vertrekken en rijden 20 km naar het oosten, onderweg komen we langs de onheilsplek die al bijna onderwater staat, huizen in het land staan al in het water. Het zal zeker niet lang meer duren of de weg is ook hier afgesloten.

We parkeren ergens in het dorp, waar het verboden is om te kamperen, maar nu mag alles, overal staan campers rijendik geparkeerd. De camping is vol, de eigenaar heeft de plaatsen wat kleiner gemaakt zodat men heel weinig ruimte heeft rond zijn camper. De sporthal staat tot ieders beschikking, er is gratis internet, toiletten, douches, sauna en zwembad, kortom wij vermaken ons wel. Het weer laat zich ook van zijn goede kant zien, we zijn de hele dag buiten en de zon schijnt volop.

DSC07338 [800x600]DSC07335 [800x600]

Comments   

 
0 #1 Paul J.M. Smit 2012-06-17 02:15
Voortaan is het mogelijk meteen commentaar op het nieuwste artikel te geven.
Quote
 

Add comment


Security code
Refresh