• Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size
  • default color

5 juli tot 2 augustus 2012

5 juli Paxson N 62 06.416 W 145 30.942 (111 km)

Eerst maar eens de site bijwerken, het is al een poos geleden dat dat gebeurd is dus de hoogste tijd. We hebben hiervoor speciaal een camping opgezocht die wifi heeft. Maar helaas de verbinding was gister al niet denderend en vanmorgen wil het ook al niet echt lukken. Als we navraag doen bij de beheerster, wordt ons medegedeeld dat we maar buiten moeten gaan zitten, want daar is de verbinding veel beter. Zodat ik buiten ga zitten en inderdaad de verbinding is een stuk beter, maar de muggen vinden mij een lekker hapje en ik wordt bijna opgevreten. Als het ook nog begint met regenen geef ik het op en laat de site voor wat hij is, tenslotte moet het wel leuk blijven.

Zo vertrekken we van de camping zonder dat de site is bijgewerkt, ik wordt hier niet vrolijk van, maar het is niet anders. In het dorp rijden we een poosje in de rondte en vinden dan een onbeveiligde internetverbinding. We parkeren de Tierelier en zo kan ik zonder dat ik wordt opgevreten of drijfnat wordt, gewoon comfortabel in de camper, de site bijwerken. Na een paar uur hard werken staat alles weer op de site en ben ik weer blij.

DSC08111 (Kopie)

 

 

 

 

 

 

 

6 juli Tangle Lake N 62 57.195 W 145 30.706 (46 km)

We hebben besloten de Denali Highway te nemen, dit is een gravelroad van ongeveer 180 km. Volgens een ranger in Anchorage moet dit de mooiste route van Alaska zijn, we zijn benieuwd. Omdat het zo lekker weer is besluiten we om vroeg te stoppen, we kunnen voor de helft van de prijs,( $ 6,--) staan op een camping met alleen toilet voorzieningen. Dit is zo goedkoop omdat wij “oudjes” zijn, deze prijs is eigenlijk alleen voor Amerikanen voorbehouden, maar wij vinden dat discriminatie, dus we vullen gewoon ons rijbewijsnummer in en niemand vraagt verder iets.

We maken een wandeling naar een top van een heuvel wat een mooi uitzicht biedt over het Tangle Lake.

DSC08136 [800x600]DSC08128 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Het mooie Tangle Lake

7 juli Denali Highway nr 36 mile N 63 03.075 W 146 00.157 (17 km)

We verlaten de campsite en rijden naar een begin van een wandelroute. We maken een wandeling van ruim 10 kilometer, dwars door de toendra. Hier wordt weinig gewandeld, maar wel heel veel met de Quad gereden, de opvolger van het paard. Bijna elke camper of caravan heeft een quad op sleeptouw, waarmee ze, eenmaal op bestemming, de bush ingaan. Natuurlijk gaat dan ook de hengel en soms zelfs een bootje aan de trekhaak mee, om aan het eind van het pad, waar vaak een meertje is de hengel uit te werpen en een lekker visje aan de haak te slaan.

Als we terug komen bij de camper krijgen we 2 schoongemaakte forellen aangeboden door vissers. Ze hebben veel te veel vis gevangen en krijgen het niet op en het is toch wel erg zonde om het weg te gooien, zo eten wij vanavond heerlijk vers gebakken forel.

Het is gaan regenen nadat we terug kwamen bij de camper en het is niet meer droog geworden, de temperatuur daalt naar een, voor onze begrippen, winterse waarden. Het uitzicht is schitterend, alleen wij zien er niets van omdat we midden in een dikke mist zitten.

DSC08159 [800x600]DSC08155 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Katoengras

8 juli Susitna River N 63 05.337 W 146 15.255 (79 km)

Het weer is een beetje opgeklaard, zodat we het wagen om een wandeling te maken. Als we bijna terug zijn bij de camper worden we overvallen door een hagelbui, maar daar wordt je niet drijfnat van. Later als we weer lekker warm in de camper zitten gaat het nog even sneeuwen, maar daarna laat de zon zich weer zien.

We rijden nog een poosje tot we een mooie plek zien om te overnachten, vlak langs de Susitna River.

DSC08191 [800x600]DSC08187 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 De quad, opvolger van het paard

9 juli en 10 juli AK 3 ( N 63 38.604 W 148 48.000 (155 km)

De laatste dag op de Denali Highway, ook vandaag is het weer schitterend, na elke bocht of heuvel was het uitzicht weer adembenemender dan het andere. De ranger heeft gelijk gehad, voor wat wij nu gezien hebben van Alaska, was dit de mooiste weg tot nu toe, echt een aanrader om deze weg te rijden.

Aan het eind van de Denali Highway ligt het plaatsje Cantwell, we denken hier een winkel te vinden waar we inkopen kunnen doen, Maar helaas er is niets anders dan een benzinepomp, met een klein beetje bijverkoop en een postkantoor, verder is er niets. Nu zijn wij al aardig door onze voorraad heen en moeten echt inkopen doen voordat we het Denali NP ingaan, want daar is alleen maar wildernis. Één mile voorbij het Denali zijn een paar winkels, waaronder veel souvenirswinkels, erg toeristisch dus. Maar we kunnen wat vlees, groente en brood kopen,natuurlijk is de prijs hier behoorlijk aangepast en betalen we eigenlijk veel te veel.

DSC08268 [800x600]DSC08249 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Uitzicht vanaf de Denali High Way

11 tot 14 juli Teklanika River N 63 40.231 W 149 34.933 (67 km)

Eindelijk is het dan zover, we mogen het park in, we moeten ons melden bij de informatie en kopen een buskaart voor $ 34,-- pp. We mogen nu, zolang we in het park zijn, gebruik maken van de bus. Dat is een stuk goedkoper, dan elke dag de bus nemen vanaf de ingang van het park. Helaas krijgen we hier geen “ouderdoms” korting, voor de camping, dat is alleen geldig voor de Amerikanen, maar ondanks dat, is het nog niet duur, voor $16,-- per nacht mogen we midden in het park staan op ruime plaatsen.

We rijden de mooie weg, naar de camping en doen daar een uur over, we hebben mooi uitzicht op de Mount Mc.Kinley, die prachtig in de zon licht.

De volgende dag nemen we de bus naar het Wonder Lake, een tochtje van 9 uur, maar zeker de moeite waard. De omgeving is schitterend, heel mooi gekleurde bergen en besneeuwde bergtoppen, de Mount Mc.Kinley laat zich vandaag niet zien die verschuilt zich achter de wolken.

DSC08363 [800x600]DSC08268 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We zien veel wildlife, waaronder een grizzlybeer met jongen, een valk en een vos, die vlak langs de bus over de weg loopt. De chauffeur neemt ruim de tijd om ons van al dit moois te laten genieten en zet zelfs de motor van de bus uit.

Het Wonder Lake vinden wij niet bijzonder, maar dat kan ook door de regen komen en de vele muggen die je meteen op de huid zitten, wij trekken ons al snel terug in de bus, waar de muggen ook al binnen gedrongen zijn, maar nog niet zo frequent aanwezig. De terugweg is net zo schitterend als de heenweg, we zien nog wat beren en bergschapen hoog in de bergen. Het is al half acht als we moe maar voldaan weer terug keren bij de camper.

DSC08414 [800x600]DSC08422 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Het Denali NP hier mogen alleen bussen van het park rijden

De volgende dag nemen we de bus naar Eielson, een busritje van 2,5 uur, het is dezelfde weg als gister, maar het blijft mooi en we vervelen ons geen moment. In Eielson, maken we een wandeling naar de top van een berg, een hoogteverschil van bijna vierhonderd meter en behoorlijk stijl. Toch vinden we dit prettige wandelingen, vooral ik (Marita), loop altijd te hijgen als een postpaard, maar eenmaal boven op de top, dan krijg je de beloning, nl een prachtig uitzicht van de omgeving. Vandaag zien we niet zo veel dieren als gisteren, maar het waren toch een grizzly een vos en bergschapen, prachtig om te zien.

P1120721 [800x600]P1120718 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Daar boven op de top hebben we gestaan.

We keerden om 5 uur terug bij de camper, we waren nog maar net binnen of het begon te regenen, hadden wij even mazzel.

14 juli Fairbanks N 64 50.431 W 147 48.610 (245 km)

Jammer het zit erop, het Denali NP, het was mooi en we hebben ervan genoten.

We rijden weer naar de bewoonde wereld, richting Fairbanks, waar we laat in de middag aankomen, we doen boodschappen bij de Saveway, die overigens 24 uur per dag en 7 dagen in de week open is. Hier sta je nooit voor een gesloten winkel en kan je altijd boodschappen doen zelfs midden in de nacht.

DSC08444 (Kopie) 

 

 

 

 

 

 

 

 15 juli Chena Hot Springs N 64 54.435 W 146 27.434 (90 km)

We verlaten Fairbanks en rijden richting de Chena Hot Springs, de weg is mooi, onderweg zien we nog een moose aan de kant van de weg. We parkeren ergens bij een meertje voor de nacht. Hier worden we voor het eerst geconfronteerd met jagers, het schieten gaat uren door, zonder veel pauze en er worden ook automatische wapens gebruikt. Volgens ons wordt er niet op dieren geschoten maar doen ze schietoefeningen, pas laat op de avond wordt het rustiger en staan we zelfs alleen op deze mooie plek.

DSC08512 [800x600]DSC08507 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16 juli Fairbanks N 64 51.478 W 147 41.227 (132 km)

Midden in de nacht maakt Paul mij wakker, het blijkt dat er een moose vlak naast onze camper in het water staat. Hij staat in alle rust de waterplanten (pond weed) uit het water te eten, soms kijkt hij op en steekt dan in alle rust zijn kop onderwater om nog een paar plantjes verorberen. Samen zitten we te genieten van dit prachtige schouwspel, als we het te koud krijgen kruipen we in bed en kijken, lekker warm, vanuit bed naar de moose. Dit is weer één van die mooie belevenissen die we meemaken op onze reis.

P1120742 [800x600]P1120741 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 We rijden verder naar de Hot Springs en nemen een heerlijk warm bad, wat zeker apart is bij een temperatuur van 9 graden.

Omdat het maar blijft regenen besluiten we weer terug te rijden naar Fairbanks.

Er is wifi bij de Home Depot, we besluiten daar te gaan staan om een paar uur te internetten. We kijken naar een vlucht naar Nederland in september, we bekijken diverse mogelijkheden, maar vliegen vanaf Toronto of Montreal, is de beste optie. We boeken meteen en zo weten we dat we op 13 september weer in Nederland zijn en op 14 oktober weer vertrekken. We hebben nog 8 weken te gaan en meer dan 5000 km voor de boeg, voor we in het vliegtuig zitten.

Er komt een overlanders-camper de parkeerplaats op rijden en het blijken Nederlanders te zijn. Natuurlijk is het dan tijd voor een praatje en later op de avond, voor een borreltje. Het zijn Anneke en Ton, zij zijn nu 2 maanden in de USA en zijn van plan om hier ook een jaar te blijven. Zij hebben al in Zuid Amerika rondgereden, ook hebben ze India en Nepal bezocht. Ach je hebt altijd veel te vertellen en het is altijd gezellig om weer eens met Nederlanders te praten.

P1120735 [800x600]P1120729 [800x600] 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lekker warm badje

17 juli Tanara River N 64 20.403 W 146 51.883 (93 km)

We nemen afscheid van Anneke en Ton, zij blijven nog een dagje in Fairbanks en gaan daarna de Dalton High Way rijden. Wij hebben besloten deze weg over te slaan, het is een gravelweg, waar veel vrachtverkeer over heen dendert en hierdoor in een zeer slechte conditie verkeerd.

We doen boodschappen, we slaan voor 8 dagen voedsel in en gooien de dieseltank tot de rand toe met brandstof. Voorlopig komen we geen grote stad meer tegen, hier en daar krijgen we nog wel een klein dorpje, maar de keus is een minder en de prijs een stuk hoger. Daarna rijden we richting Tok, waar we ergens onderweg langs de Tanara River overnachten.

DSC08683 (Kopie)

 

 

 

 

 

 

 

 

 18 juli Taylor High Way N 63 37.886 142 18.853 (314 km)

Het dorpje Tok stelt niet zo veel voor, we kunnen er onze mail ophalen, de tank nog even vol gooien, verder hebben we er niets te zoeken.

Even voorbij Tok slaan we af de Taylor High Way op, dit is een gedeeltelijk onverharde weg naar Dawson, Canada.

DSC08541 [800x600]DSC08504 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 juli Top of the World N 64 11.547 W 139 56.179 (198 km)

Zo lang de weg geasfalteerd is, is hij prima om te rijden, maar eenmaal een gravelroad is het een drama. Dit komt omdat het de laatste weken veel heeft geregend en de weg een soort modderpoel is geworden. Door dikke lagen modder wroeten we ons naar de grens van Canada, een paar keer slippen we een beetje, maar omdat we niet hard rijden is het goed onder controle te houden.

We rijden vrij hoog in de bergen, het uitzicht zou echt spectaculair moeten zijn maar helaas het regent pijpenstelen en het uitzicht op de bergen, is hierdoor toch wel nihil te noemen.

De grens naar Canada is een makkie, we hebben wat wijn en bier verstopt, omdat Canada zo duur is met alcohol, maar dat was echt niet nodig geweest. Er wordt ons alleen gevraagd waar we heen gaan en of we wapens mee hebben, na een ontkennend antwoord, wordt ons paspoort voorzien van nog een stempeltje en mogen we doorrijden. We vragen ons toch wel eens af, waarom doen ze de ene keer zo moeilijk, om de volgende keer weer zo relaxt te zijn, er is geen touw aan vast te knopen, met die douane van Canada.

DSC08686 [800x600]DSC08605 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Eenmaal over de grens wordt de weg veel beter en wordt het rijden meteen een stuk aangenamer. 

20 juli Hart River N 64 33.448 W 138 14.685 (157 km)

Voordat we in het plaatsje Dawson aankomen, moeten we met een pontje de Yukon River over. Dit pontje vaart alleen in de zomer, daarna is de weg over the top of te world afgesloten.

Dawson is een bezoek zeker waard, al helemaal als je bedenkt dat er helemaal geen verharde wegen zijn in het dorp. Na de vele regenval van de laatste tijd, is de straat een grote modderpoel geworden. Je waant je echt in het wilde westen, je komt niet zonder modder aan je schoenen aan de andere kant van de straat. Het voetgangers gedeelte bestaat uit houten planken, wat ons direct weer aan Kalimantan (Indonesië) doet denken. Als we bij de bibliotheek komen, voor internet, hangt er een briefje aan de deur, dat men eerst zijn schoenen uit moet trekken voordat men het pand betreed. Als wij naar onze schoenen kijken kunnen wij er ons er wel wat bij voorstellen.

We kijken naar het weerbericht, voor de Demster High Way en dat ziet er goed uit voor de komende dagen, dus wie weet zien we ook wat van het natuurschoon om ons heen.

Later op de middag verlaten we Dawson en rijden naar de Dempster High Way, dit is een doodlopende onverhardeweg van 733 km en gaat tot 330 km ten noorden van de poolcirkel, op het eind van de Demster, ligt het plaatsje Inuvik. Inuvik is het meest noordelijkste plaats in Canada en is in de jaren vijftig pas ontstaan. Inmiddels heeft het een populatie van iets meer dan 3000 inwoners en ligt echt midden in the middle of nowhere.

Al na een paar km rijden staat er een vos midden op de weg lekker een weggegooid broodje op te peuzelen, hij is helemaal niet bang, of hij moet zo een vreselijke honger hebben dat hij ons op de koop toe neemt.

DSC08537 [800x600]DSC08531 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

21 juli Ogilvie Peel view N 65 50.518 W 137 37.024 (198 km)

De eerste 100 km van de Demster zijn heel goed te berijden, het weer is daar nog aangenaam, bewolkt maar droog en de uitzichten zijn geweldig mooi.

Helaas laat het weer en de weg het afweten, het gaat regenen en de weg wordt weer een grote modderpoel. Het vreemde is, dat de weg wordt voorzien met een nieuwe laag aarde, deze wordt niet vast gereden door een wals, maar ligt er dus gewoon los op het oude wegdek. Nu het is gaan regenen wordt deze aarde een dikke laag modder, waar de wielen in wegzakken. Hard rijden is hier uit den boze, trouwens dat kan helemaal niet, dus met een gangetje van 40 km ploeteren we voort en doen er gewoon wat langer over.

Als we 's avonds stoppen begint de zon te schijnen en wordt het buiten een stuk aangenamer, tenminste als er geen muggen zouden zijn.

DSC08569 [800x600]DSC08566 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Ondanks de vele regen toch schitterend

22 juli Fort Mc Pherson N 67 25.698 W 13 51.701 ( 275 km)

Het heeft de hele nacht geregend en er hangt een dikke mist als we wakker worden. Het eerste stuk wat we rijden vandaag is nog even slecht als gister, wat natuurlijk ook door de regen komt van afgelopen nacht. Onze Tierelier is niet meer geel maar zwart, er zit een dikke laag modder onder en op de auto. We kunnen niet meer, zonder onze handen vuil te maken, een deur open doen, de nummerplaten zijn niet meer te lezen, ze zijn gewoon helemaal zwart van de dikke plakken modder die erop zitten. Schoonmaken heeft geen zin, dat doen we pas als we de Demster gereden hebben, daarna rijden we voorlopig geen gravelroad meer.

Bij kilometerpaal 369 is er het Eagle Plains Hotel, dit is voor de meeste reizigers een rustpunt, wij drinken er koffie en willen internetten, maar door het slechte weer, is er geen verbinding. We zullen dus moeten wachten totdat we in Inuvik zijn om onze mail op te halen.

Iets meer dan 35 km verder passeren we de poolcirkel, wij stoppen er even maar het regent en het is koud, dus we zoeken gauw weer de warmte van de cabine op.

We verlaten de Yukon en rijden het Northwest Territories in, even later verlaten we de bergen en rijden het toendra gebied in.

Het blijft de hele dag wisselvallig weer, soms rijden we door een dikke mist en soms schijnt er een waterig zonnetje.

Op het eind van de dag moeten we nog met een pontje over de Peel River, de pont is net vertrokken, maar komt terugvaren als hij ons aan ziet komen, zodat we nog mee kunnen. Aan de andere kant worden we aangesproken door twee motorrijders, Jean en Janette, we hebben ze al een paar keer ontmoet onderweg, ik vind het heel moedig van Janette dat zij zelf motor rijdt op deze weg en heb haar dat ook gezegd. Als ze horen dat wij in september in Montreal zijn en een plaatsje zoeken voor onze Tierelier, bieden ze spontaan aan dat we bij hun op het land kunnen staan. Het is slecht 20 minuten van het vliegveld, nou als dat niet een geweldig aanbod is.

DSC08580 [800x600]DSC08583 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Een grote modderpoel                                                                                Het Eagle Plains Hotel

23 juli Inuvik N 68 21.590 W 133 44.296 (189 km)

Vandaag is het droog en de weg is beduidend beter dan gister, we rijden zelfs met een snelheid van meer dan 70 km over de gravelweg. We moeten nog met een pontje de Mackenzie river over, dit pontje doet drie aanlegplaatsen aan, ėėn bij het dorpje Tsiigehtchic (Mount of Iron River) waar we vanaf de pont 2 kerkjes en een paar huizen zien. Wat deze mensen hier te zoeken hebben, we hebben geen flauw idee, maar ons lijkt het niets om hier te moeten wonen in deze wildernis. Verder zijn de 2 andere aanlegplaatsen die van de Demster High Way. De pont vaart van mei tot september, daarna kan je gewoon over het ijs de overkant bereiken.

In Inuvik installeren we ons op een camping en lopen daarna het dorp in. Inuvik valt erg tegen, er is hier echt niets te doen, er zijn een paar winkels, twee supermarkten, hotels en daarmee houdt het op. We waren van plan hier een paar dagen te blijven maar een bezoek van een paar uur is meer dan voldoende. Morgen beginnen we aan de 733 km lange rit terug richting Whitehorse.

DSC08643 [800x600]DSC08612 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Een wel heel hongerige vos                                                                        Klein dorpje met 2 kerken

24 juli Border NWT – Yukon N 67 03.076 W 136 12.120 (272 km)

We verlaten Inuvik pas tegen de middag, we doen eerst nog een wasje en daarna nog wat boodschappen. Het eerste stuk is goed te berijden, maar als het dan weer eens begint met regenen, veranderd de weg meteen in een modderpoel. Doordat de banden vol met modder komen te zitten, glijden we regelmatig over de weg in plaats van te rijden. Nu hebben wij een stevige auto en staan op 4 brede wielen, maar Jean en Janette op hun motor hebben het zwaar in deze omstandigheden, als wij al zo nu en dan wegglijden, wat voor grip hebben zij nog op de weg? We maken ons toch een beetje bezorgt om ze, aan de overkant van Mackenzie river, blijven we staan en drinken een kopje thee, om te kijken of ze achter ons aankomen. Gelukkig staan ze op de volgende pont en ze zien er geheel ongeschonden uit. Even later klaart de lucht wat op en wordt het zelfs droog, waarmee de weg ook weer een stuk beter te berijden is.

DSC08653 [800x600]DSC08646 [800x600] 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

25 juli Two Moose Lake N 64 44.005 W 138 21.718 (362 km)

Als we wakker worden is het erg mistig en hebben we maar een paar meter zicht, al even over negen starten we de motor, wat voor ons doen erg vroeg is. De mist trekt al snel op en het blijft droog, we proberen, nu het droog is, zoveel mogelijk kilometers te rijden, omdat de weg nu veel beter te berijden is. Wonder boven wonder blijft het de hele dag droog en kunnen we zelfs genieten van de mooie omgeving die de Demster ons bied.

DSC08679 [800x600]DSC08671 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

26 juli High Way 2 N 62 32.197 W136 46.015 (353 km)

De laatste 80 km over de Demster zijn een makkie, de zon schijnt en we genieten van het mooie landschap.

Als we terug kijken op ruim 1400 km gravelroad, hebben we er, ondanks de vele regen en daardoor heel veel modder en glijpartijen, geen spijt dat we de Demster hebben gereden. Helaas hebben we geen beer gezien, alleen twee vossen en een Moose die in het water stond om te eten. Maar nu we weer asfalt onder de wielen hebben vinden we dat toch wel zo prettig.

We vinden een rustig plaatsje langs de weg voor de nacht. Waar even later een kleine camper met Belgisch kenteken naast ons komt staan. Het wordt bewoond door 4 mensen, vader Paul, moeder Andrea, zoon Lee en schoondochter Cocon. Zij trekken, net als wij voor een jaar door Noord Amerika. Zij hebben echter al heel veel van de wereld gezien, sinds 1982 maken ze elke 2 a 3 jaar een trip van een jaar, steeds in een ander werelddeel.

Natuurlijk is er veel te vertellen en zo wordt het weer een gezellige avond en blijkt dat we in onze camper makkelijk met 6 personen kunnen zitten.

DSC08724 [800x600]DSC08703 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

27 juli Withehorse N 60 43.959 W 135 04.153 (247 km)

Voordat we wegrijden van onze plek wordt het toch wat later dan gedacht, gewoon omdat we met de Belgen nog lang staan te kletsen. Maar dan komt dan toch het moment van afscheid en we beloven elkaar te zullen mailen, want wie weet zien we elkaar wel weer in Centraal Amerika.

DSC08738 [800x600]DSC08730 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De gezellige Belgische familie                                                                  kijk daar in de bosjes een beer

 

We rijden High Way 2 verder af naar het zuiden en hebben regelmatig uitzicht op de Yukon river.

Later op de middag arriveren we in Whitehorse, waar we op ons zo bekende plekje bij de Walmart gaan staan.

DSC08648 [800x600]DSC08647 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zoveel modder op en onder de auto                                                        het slot moest eruit om hem open te krijgen

 

28 juli tot 2 augustus Whitehorse N 60 40.980 W 135 03.696 (27 km)

Nadat we via skype meer dan een uur met onze kleinkinderen, Nils en Britt, hebben gekletst, gaan we een wasstraat opzoeken om onze Tierelier een welverdiende wasbeurt te geven. Met de hogedrukspuit gaan we aan de gang, al gauw zijn we beide drijfnat en zien we zwart van de modder. Na een uurtje blijkt de auto toch geel te zijn en ziet onze Tierelier er weer redelijk schoon uit. Alleen moeten wij wel snel een douche opzoeken, zo kunnen wij ons nergens meer vertonen. We besluiten om naar een camping te rijden en daar het een en ander te regelen.

DSC08742 [800x600]DSC08597 [800x600]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Echt een wasbeurt nodig                                                                           De auto schoon maar Paul ernstig vervuild

De camping valt reuze mee, we hebben zelfs ruimte rond de camper en kunnen een beetje klussen en schoonmaken. We besluiten om hier een paar dagen te blijven en achterstallig onderhoud aan de camper te doen. Het weer werkt zeker mee, het zonnetje schijnt volop, waardoor de temperatuur heerlijk is en ideaal is om buiten te werken. Daarbij moet de site ook weer nodig bijgewerkt worden, dus we hebben het druk ondanks we een paar dagen stilstaan.

 

Add comment


Security code
Refresh